woensdag 6 juni 2012

NVA/NVOA

NVA of NVOA

Sinds enige tijd is het functioneren van de NVA mij een doorn in het oog. Op zich doet de NVA goed werk maar de suggestie die ze opwerpen dat ze opkomen voor mensen met Autisme klopt niet. Ze komen primair op voor ouders van autisten, het is een ouderwetse oudervereniging. Dat is prima, maar positioneer je dan ook zo.
Die enige tijd mag je gerust letterlijk nemen, want de frustratie richting de NVA ging zelfs zo ver dat ik even in het landelijk bestuur heb gezeten, als persoon met autisme te midden van allerlei ouders. Tijdens deze bijeenkomsten werd ik verre van volwaardig bejegend, dus heb ik na 5 bijeenkomsten de pijp aan maarten gegeven.
Reeds enige tijd brengt de NVA ook tal van periodieken uit, gericht op ouders van (jonge) kinderen met autisme. Mijn oog viel op de uitgave: behandelingsstrategie met betrekking tot kinderen met ASS. 
In deze “praktische handreiking” wemelt het weer van de aannames over mensen met autisme: mensen met autisme zus en mensen met autisme  zo. Dat stuit me al geweldig tegen de borst. Je kunt eenvoudigweg geen generieke stellingen over autisme deponeren. Iedereen met autisme  is uniek.
Onder het kopje “handelingsadviezen rondom drift en gilbuien”  staat: Het duidelijk stellen van regels, en/of het afkappen van het negatieve gedrag bijvoorbeeld door een tik op de vingers  kan een positief effect hebben.
Bovengenoemd gedragsprobleem wordt mede beïnvloed door het activiteitsniveau van het kind.
Zo zijn er autistische kinderen met een laag activiteitsniveau, die vaak als lieve, rustige (te rustige)
kinderen beschreven worden. Overactieve autistische kinderen vertonen daarentegen constante
onrust, huilperioden, veelvuldige driftbuien en destructief gedrag. Het is belangrijk om het kind niet
zijn zin te geven als het een driftbui heeft; doet men dit wel dan wordt het kind beloond voor zijn
negatieve gedrag. Het gevaar bestaat dat het een vast ritueel voor het kind gaat worden. Deze
consequente aanpak eist veel van ouders, vooral als het kind buitenshuis een driftbui krijgt. Als
een kind bijvoorbeeld in een winkel gaat gillen is de enige oplossing het daar zo snel mogelijk weg
te halen. Thuisgekomen kan men het beste het schreeuwen negeren. Een mogelijkheid is om het
kind in een andere kamer te zetten als het daar tenminste geen kwaad kan doen (Time out). Naast
de 'afkoelfunctie' die de time out heeft, heeft het van ruimte wisselen het voordeel dat het kind
deze nieuwe ruimte minder sterk associeert met de reden van de driftbui dan de ruimte waarin de
driftbui ontstond. Zodra de driftbui ophoudt dient men het kind veel aandacht te geven en te
belonen (bijvoorbeeld favoriete plaat draaien, iets lekkers eten of drinken, Negeren en
daarna pas belonen vergt wel stalen zenuwen. Soms wordt het probleem eerst erger voordat het
beter wordt. Het gebrek aan aandacht voor de driftbui kan ervoor zorgen dat de bui 'verdubbelt'
voordat ingezien wordt dat het echt 'niet werkt'. Men moet dus niet te snel stoppen. Wanneer
negeren niet mogelijk blijkt, kan men proberen het kind af te leiden of het een alternatief aan te
bieden, bijvoorbeeld in de vorm van nieuw, voor het kind interessant speelgoed of spelmateriaal.
Het duidelijk stellen van regels, en/of het afkappen van het negatieve gedrag, bijvoorbeeld door
een tik op de vingers kan een positief effect hebben. Sommige kinderen blijken te kalmeren als
men hen fluisterend benadert; dit heeft meer effect dan juist harder gaan praten. Soms is het beter
een driftbui te voorkomen; dit kan onder andere door niet teveel en te moeilijk spelmateriaal aan te
bieden, dat wil zeggen rekening houden met het niveau van het kind; het kind niet te stimuleren als
het geen zin heeft, het kind te helpen als het om hulp vraagt, en door wijziging of onderbreking van
het spel door het kind bijvoorbeeld iets anders aan te bieden (anticiperen op driftbui). Tevens is

Voor mij is het heel duidelijk, kinderen slaan kan nooit! Ook/zeker kinderen met autisme niet.